Ik typ een vraag en binnen twee seconden ligt het antwoord op mijn scherm. Helder geformuleerd, beter gestructureerd dan ik het zelf had kunnen doen op een doordeweekse dinsdag. De machine denkt mee. En ik laat haar. Daar begint het ongemak.
Want waar eindigt het gereedschap en begint de vervanging? Ik gebruik AI om teksten te redigeren, om structuur aan te brengen in chaos, om sneller te vinden wat ik zoek. Het bespaart me uren. Soms dagen. Maar telkens als ik op die knop druk, sluipt er een vraag naar binnen die ik liever zou negeren. Is dit nog van mij?
We leven in een tijd waarin een algoritme je column kan schrijven, je sollicitatiebrief kan opstellen en je medisch dossier kan samenvatten. Studenten laten hun scripties schrijven door een chatbot. Journalisten laten hun onderzoek doen door een zoekmachine die zelf conclusies trekt.
En ergens in een kantoor zit iemand die net zijn baan is kwijtgeraakt aan een stuk software dat nooit ziek is, nooit klaagt en nooit om opslag vraagt.
De belofte is verleidelijk. AI maakt kennis toegankelijk. Het doorbreekt drempels voor mensen die niet de juiste opleiding hebben gehad, niet de juiste taal spreken, niet de juiste mensen kennen. Een boer in Friesland kan dezelfde informatie opvragen als een professor in Amsterdam. Dat is mooi. Dat is eerlijk. Dat is ook precies het verhaal dat de techbedrijven ons willen laten geloven.
Want er is een keerzijde die we liever niet benoemen. Elke vraag die je stelt wordt opgeslagen. Elke voorkeur wordt geregistreerd. Elke twijfel die je uitspreekt tegen een scherm voedt een systeem dat je beter leert kennen dan je buurman, je collega, misschien zelfs beter dan je partner. En dat systeem heeft geen geweten. Het heeft een verdienmodel.
Ik maak me geen illusies. Ik gebruik AI zelf. Voor deze website, voor mijn werk, voor mijn boek. Ik ben geen roepende in de woestijn die terug wil naar de typemachine. Maar ik weiger te doen alsof er geen prijs hangt aan dit gemak.
De echte vraag is niet of we AI moeten gebruiken. Die trein is vertrokken. De echte vraag is of we bereid zijn om eerlijk te zijn over wat we ervoor inleveren. Onze privacy. Onze autonomie. En misschien wel het meest kwetsbare van alles: ons vermogen om zelf na te denken, zelf te twijfelen, zelf te zoeken naar woorden die niet door een machine zijn gekozen.
Want een tekst die vlekkeloos is maar nergens schuurt, die alles zegt maar niets raakt, die is niet geschreven. Die is gegenereerd.
En dat verschil, hoe klein het soms ook lijkt, is alles.