Ik liep laatst over de Nieuwestad in Leeuwarden, een straat die ik al meer dan vijftig jaar ken, en ik herkende haar niet meer. Niet omdat er zoveel veranderd was, maar omdat het langzaam was gegaan, ongemerkt, zoals dat altijd gaat met dingen die dichtbij zijn. Een winkel weg. Een gevel opgeknapt die niet opgeknapt hoefde te worden. Een boom gekapt waar niemand om had gevraagd. De straat was nog dezelfde straat, de stenen lagen er nog, de gracht liep er nog langs, maar het gevoel was anders. Alsof iemand het decor had verschoven terwijl ik even niet keek.
Ergens in het gemeentehuis was daarover besloten. Door mensen van wie ik een paar namen ken, op basis van stukken die ik niet heb gelezen en in vergaderingen waar ik niet was. Er was vast een agenda geweest, een raadsvoorstel, een stemming, of misschien zelfs een inspraakavond waar twaalf mensen kwamen opdagen van wie er acht al wisten wat ze wilden zeggen en vier te laat binnenkwamen en na een kwartier weer vertrokken. Maar is dat erg? Is het een probleem dat ik daar niet was, of is het juist hoe het hoort te werken, dat je mensen kiest die namens jou nadenken over dingen waar je zelf niet aan toekomt? Ik weet het niet. Ik merk alleen dat gemeentepolitiek raakt aan alles wat ik dagelijks zie, ruik en voel, maar zich afspeelt in een wereld die voor mij grotendeels onzichtbaar blijft. Een parallelle werkelijkheid van vergaderzalen, moties, amendementen en begrotingstabellen. Op steenworp afstand van de mensen over wie het gaat.
Over een paar weken zijn er gemeenteraadsverkiezingen in mijn stad. Dat klinkt als een politiek feit, een datum in de kalender, iets waar je na afloop de uitslag van leest in de krant en denkt: o ja, dat was ook nog. Maar misschien is het meer dan dat. Misschien is het een moment waarop je jezelf kunt afvragen, als je eerlijk bent en even stilstaat, weet ik eigenlijk wie er over mijn straat beslist? Over de school waar mijn kleinkinderen naartoe fietsen? Over de zorg die mijn buurvrouw van tachtig nodig heeft en die ze steeds moeilijker vindt, omdat het loket is verplaatst en het formulier weer is veranderd en er altijd iemand aan de telefoon zegt dat ze het moet digitaliseren terwijl ze niet eens een computer heeft?
Ik weet het eerlijk gezegd lang niet altijd. En ik ben iemand die zich ermee bezighoudt, die leest en vraagt, die probeert te begrijpen hoe het werkt. Ik kan me voorstellen hoe het voelt als je dat niet doet. Als je na een dag werken thuiskomt, de kinderen van school haalt, eten kookt, de was opvouwt en dan op de bank valt met het gevoel dat de dag alweer voorbij is. Dat je er niet aan toe bent gekomen om na te denken over wie er namens jou in die raadszaal zit. Is dat onverschilligheid? Of is dat gewoon een leven dat vol genoeg is zonder er ook nog gemeentepolitiek bij te nemen?
In de dorpen rond de stad is die afstand nog voelbaarder.
De opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen is al jaren laag. In Leeuwarden stemde bij de laatste verkiezingen nog geen helft van de kiesgerechtigden. Dat cijfer wordt meestal gepresenteerd als een probleem van de burger, alsof het aan de mensen ligt dat ze niet komen opdagen. Maar het zou net zo goed iets anders kunnen betekenen. Misschien is het deels vertrouwen, het idee dat het wel goed komt, dat degenen die het doen het wel zullen regelen. Misschien is het berusting. Misschien is het ook het gevolg van een systeem dat zichzelf moeilijk toegankelijk heeft gemaakt, zonder dat iemand dat zo heeft bedoeld. De taal van de lokale politiek is een taal die weinig mensen nog spreken. Raadsstukken lezen als juridische bijsluiters, vol afkortingen en verwijzingen naar eerdere besluiten die je eerst moet opzoeken om te snappen waar het over gaat. Vergaderingen duren uren en worden gehouden op avonden, wanneer de meeste mensen hun kinderen naar bed brengen of proberen een uurtje voor zichzelf te hebben. En als je dan toch inlogt of langskomt, hoor je een debat over moties en amendementen terwijl je eigenlijk gewoon wilt weten waarom je straat al vier maanden openligt en niemand je heeft verteld wanneer het klaar is. Maar dat maakt de mensen die daar wél zitten, avond na avond, niet minder serieus. De vraag is alleen of er een manier is om die twee werelden dichter bij elkaar te brengen.
In de dorpen rond de stad is die afstand nog voelbaarder. Ik kom er regelmatig, in Stiens en Grou bijvoorbeeld, die officieel bij de gemeente Leeuwarden horen maar die zich soms voelen als vergeten buitenposten van een stad die vooral met zichzelf bezig is. Daar verdwijnen de dingen die een dorp bij elkaar houden, langzaam maar gestaag, als eb die niet meer terugkomt. Het café sluit. De school staat onder druk. De bus rijdt nog maar twee keer per dag en straks misschien helemaal niet meer. De huisarts gaat met pensioen en er komt geen opvolger. Wat overblijft is een dorpshuis dat draait op vrijwilligers die zelf ook ouder worden, en een stilte die niemand hardop benoemt maar die je voelt zodra je er binnenstapt.
Besluiten die in de stad logisch klinken, efficiëntie, centralisatie, schaalvergroting, voelen op het platteland heel anders. Soms als iets dat over je heen komt zonder dat je erbij betrokken bent geweest. Ik vraag me af of dat onvermijdelijk is, of een gemeente met zoveel dorpen en zoveel verschillende werkelijkheden het ooit iedereen naar de zin kan maken, of dat er ergens een weg is tussen de keukentafel en de vergaderzaal die we nog niet hebben gevonden. De vrouw die vertelt dat haar man niet meer naar de fysiotherapeut kan omdat die nu in de stad zit en hij niet meer rijdt. Haar verhaal staat nergens in een raadsvoorstel. De voorzitter van de dorpsvereniging die al drie keer een brief heeft gestuurd en drie keer een standaardantwoord heeft gekregen. Hij heeft misschien gelijk, of misschien zit er een kant aan het verhaal die hij niet kent. Beleid wordt gemaakt op basis van cijfers en modellen, en de vraag is of die cijfers en modellen genoeg ruimte laten voor wat daarachter schuilgaat.
Ik ben vierenzestig jaar. Ik heb het nodige gezien, in mijn eigen leven en in het leven om me heen. Ik heb gezien hoe politiek verschil kan maken, ten goede en ten kwade. Hoe één wethouder die luistert een hele wijk kan veranderen, en hoe één besluit dat over de hoofden van mensen wordt genomen jarenlang doorwerkt in wantrouwen. Maar ik heb ook gezien dat luisteren niet altijd betekent dat je krijgt wat je wilt, en dat wantrouwen soms blijft hangen lang nadat de oorzaak is verdwenen. Ik heb gezien hoe goede bedoelingen stranden in procedures, hoe burgers afhaken niet omdat het ze niet interesseert maar omdat ze het gevoel hebben tegen een muur te praten. Hoe raadsleden beginnen met idealen en eindigen met vermoeidheid. En ik vraag me af of dat een fout in het systeem is, of het systeem zelf.
Een poster op een lantaarnpaal die na twee weken scheef hangt en waar niemand meer naar kijkt.
Want dat is de andere kant van het verhaal, de kant die zelden wordt verteld. Die raadsleden zijn geen bureaucraten in pakken die beslissen over andermans leven vanuit een ivoren toren. Het zijn betaalde 'vrijwilligers'. Mensen die naast hun werk, hun gezin en hun eigen zorgen proberen om een stad en haar dorpen draaiende te houden. Die 's avonds raadsstukken lezen in plaats van televisie kijken. Die in het weekend naar bewonersbijeenkomsten gaan in plaats van naar hun kinderen op het voetbalveld. Die te maken krijgen met boze inwoners aan de ene kant en een lege gemeentekas aan de andere. Met beleid dat vanuit Den Haag over de schutting wordt gegooid en lokaal moet worden opgevangen, met verwachtingen die torenhoog zijn en middelen die er niet zijn. Het is een ondankbare taak, en de meesten doen het omdat ze geloven dat het ertoe doet, niet omdat ze er beter van worden. Misschien verdienen zij meer begrip dan ze krijgen. Misschien verdienen de burgers die afhaken dat ook.
De gemeenteraadsverkiezingen zijn geen groot spektakel. Er zijn geen debatten die het land beroeren, geen lijsttrekkers die trending zijn op social media, geen opiniepeilingen die de voorpagina's vullen. Het is stiller dan dat. Onzichtbaarder. Een poster op een lantaarnpaal die na twee weken scheef hangt en waar niemand meer naar kijkt. Een Billboard langs de kant van de weg. Een foldertje in de brievenbus dat tussen de reclame belandt. Een zaaltje ergens in een wijkgebouw waar acht kandidaten hun verhaal doen voor dertig mensen, van wie de helft er zit omdat ze de kandidaat kennen en de andere helft omdat ze een klacht hebben over de parkeerplaatsen.
Ik weet niet of dat erg is. De grote politiek, die in Den Haag, heeft genoeg ogen op zich gericht. Elke misstap wordt gefilmd, elke belofte wordt gewogen, elke uitspraak wordt geanalyseerd door commentatoren die ervoor betaald worden. En toch leidt al die aandacht niet automatisch tot betere politiek. Misschien is de vraag niet zozeer wie er kijkt, maar wat er gebeurt in de ruimte tussen kijken en meedoen. Tussen je stem uitbrengen en betrokken zijn. Tussen klagen over de gemeente en begrijpen hoe de gemeente werkt.
Democratie is niet iets wat je eens in de vier jaar uit de kast haalt, afstoft en weer opbergt. Maar het is ook geen verplichting om voortdurend betrokken te zijn bij alles. Ergens daartussen zit iets, een soort aandacht die begint bij herkenning. Bij het besef dat de beslissingen in het gemeentehuis gaan over de stoep voor je deur, over de boom die er niet meer staat, over de bushalte die net te ver weg is voor je moeder, over de wachtlijst waar je kind op staat voor een huis dat er niet is. Het gaat over jou, ook als je denkt dat het je niet raakt.
Misschien begint het met iets kleins. Met weten wie er in de raad zit. Met één keer een vergadering bijwonen, al is het maar online, al is het maar een halfuur. Met de vraag stellen die je al maanden op je lippen hebt. Met je buurman aanspreken die op een lijst staat en vragen waarom hij dat doet. Of misschien begint het met de eerlijkheid om toe te geven dat je het niet weet, dat je het bent kwijtgeraakt, dat de afstand groter is geworden dan je prettig vindt.
Want dat is misschien wat deze verkiezingen uiteindelijk zijn: niet een antwoord, maar een vraag. De vraag of de plek waar je woont ook de plek is waar je bij hoort. En of je daar iets mee wilt doen, of dat je het overlaat aan anderen en hoopt dat het goed komt. Beide keuzes zijn menselijk. Beide hebben gevolgen. Juist hier, zo dicht bij huis, waar bijna niemand kijkt en bijna alles telt.